Jean ThiriartJean (-François) Thiriart wordt geboren in 1922 in Luik. Hoewel afkomstig uit een liberale familie, sluit hij zich op 15-jarige leeftijd aan bij de communistische PCB. Thiriart zou echter de geschiedenis ingaan als de vader van het concept van een “unitair Europa”, als onvermoeibare doctrinaire militant van Europese éénmaking en als verdediger van de sociaal-economische visie van het communautarisme. In 1960 richtte hij mee de MAC (Mouvement d’Action Civique) op, en is hij een militante tegenstander van de dekolonisatie van Congo. Hij werd tussen 1960 en 1969 de gangmaker van de transnationale Europese organisatie Jeune Europe die actief was in 11 landen en die als organisatie logistieke steun zou leveren aan de OAS in Frankrijk. Thiriart was één van de grondleggers van de Parti Communautaire Européen in 1965 en van het maandblad ‘La Nation Européenne’ in de periode 1965-1969. Alles gebaseerd op een nieuwe ideologische benadering: het Nationaal-Europese Communautarisme. Als fervent tegenstander van alle “kleine nationalismen” binnen Europa stelde hij duidelijk dat er ook nooit een nieuw Duits Rijk zou komen. Het Vierde Rijk zou een Rijk van gans Europa zijn.
De nederlagen van Hitler en Napoleon waren voor Thiriart de aanwijzing dat Europa niet kon verenigd of verenigd worden door één dominante natie omdat een machtige Europese coalitie van kleinere staten dit steeds zou verhinderen. Thiriart stelde zich in zijn visie dan ook uitgesproken jacobijns op: Europa kon en mocht geen conglomeraat zijn van regio’s, en evenmin een federatie van soevereine staten. Hij stelde daarentegen een unitaire Europese staat voorop met één regering en één leger, dat haar eigen wetten kan uitvaardigen en waarvan alle Europeanen het burgerschap bezitten. Jeune Europe en de PCE zouden de organisaties zijn met secties in alle uithoeken van het Europese continent en die er naar zouden streven dat de grenzen tussen de staten uitgeveegd worden.
In de herfst van 1968 onderneemt Thiriart een lange reis doorheen Arabische landen op uitnodiging van de Irakese en Egyptische regeringen, en de pan-Arabische Ba’ath partij. Hij ontmoet er meerdere ministers en hoge ambtenaren, geeft media-interviews en woont de opening bij van het congres van de Arabische Socialistische Unie, de partij van de Egyptische president Nasser, die hij daar ook ontmoet. Doel van zijn bezoek was de basis leggen van een politiek-militaire samenwerking tussen deze Arabische landen en zijn organisatie die zich zou organiseren in de zogenaamde “Europese Brigades” (naar model van de “Internationale Brigades” bij de KOMINTERN tijdens de Spaanse burgeroorlog) en ondermeer bedoeld als kadervorming voor de jonge Palestijnse organisaties die strijden tegen het Israelische imperialisme. Deze Europese Brigades zouden de voorhoede vormen van een Europees Bevrijdingsleger. Maar de Irakese regering weigerde medewerking onder druk van de Sovjet-Unie en kort nadien besliste Thiriart de actieve politiek vaarwel te zeggen. Het laatste nummer van ‘La Nation Européenne’ verscheen in februari 1969.
Tussen 1969 en 1981 zou Thiriart zich enkel nog met zijn beroepsactiviteiten bezighouden, alsook in zijn syndicale en educatieve engagementen. Hij zetelde in meerdere bestuursorganen van organisaties i.v.m. optometrie, de Belgische sociale zekerheid en commissies van de EEG. Zeilen en parachutespringen bleven zijn passies. Er zijn twee uitzonderingen op zijn politieke afwezigheid: in 1975 geeft hij een interview aan het tijdschrift ‘Les Cahiers du CPDU’ van de universiteit in Aix-en-Provence, en in 1978 onderhoudt hij goede contacten met Yannick Sauveur van het ‘Centre d'Initiative Progressiste Européen’ die ook z’n universitaire thesis schrijft over de visie van Thiriart.
In 1981 plegen zionistische activisten een aanslag tegen de bureaus van Thiriart in Brussel, die hem ertoe aanzet opnieuw te gaan schrijven. Door de zware gevolgen van zijn politiek activisme voor zijn persoon, besluit Thiriart vooralsnog enkel intellectueel actief te zijn. In dezelfde periode onderhoudt hij nauwe contacten met een groep jonge politiek gevormde kaders op wie hij een diepe invloed heeft. Eén van hen is Luc Michel, die in 1984 mee aan de basis ligt van de pas opgerichte Parti Communautaire National-Européen, de PCN. Thiriart werd een belangrijke raadgever van de PCN en werkte mee aan de publicaties van de partij alsook aan het tijdschrift ‘Conscience Européenne’. Zijn laatste grote doctrinaire werk was de redactie van een nieuwe versie van het ‘Manifest van de Europese Natie’.
Jean Thiriart is de auteur van een belangrijk oeuvre van doctrinaire werken en ideologische artikels, gepubliceerd in de periodes 1960-1969 en 1982-1992. In 1964 publiceerde hij in zeven talen zijn bekende ‘Un empire de 400 millions d’hommes: l’Europe’, waarin hij zijn theorie uiteenzet ter vereniging van Europa via een geïntegreerde transnationale Europese politieke partij, een “historische” partij die de rol van een moderne dynastie zou spelen. In 1965 geeft hij eveneens in zeven talen ‘La grande nation, l’Europe unitaire de Dublin à Bucarest’ uit, waarin hij de socio-politieke doctrine van het Nationaal-Europees Communautarisme nader toelicht. In 1983 definieerde hij dit als een communisme dat ontdaan is van de marxistische utopie. Achterliggende gedachte: de geest (het “meer-zijn”) moet dominant zijn t.o.v. het consumentisme (het “meer-hebben”). Het denken van Thiriart is in belangrijke mate beïnvloed door Johann Gottlieb Fichte, de jacobijn Sieyes, de Spaanse filosoof Ortega Y Gasset, de socioloog Pareto en door Lenin wat betreft de technieken en ideologie van een revolutionaire partij. De stichter van Jeune Europe onderhield goede contacten met de Argentijnse president Juan Peron (vooral tijdens diens Madrileense ballingschap), de Chinese eerste minister Zhou Enlai en de Egyptische president Nasser.
In augustus 1992 trok Thiriart nog aan het hoofd van een Frans-Belgische delegatie naar Rusland als vertegenwoordiging van de nationaal-communistische en sociaal-communautaire oppositie waarbij een bijdrage werd geleverd aan de creatie van een gemeenschappelijk platform voor de nationale, patriottische oppositie in Rusland. Er werden interviews gegeven voor de belangrijkste Russische media, contacten gelegd met Russische toppolitici en het parlement. De reis wees op een diepe doordringing van nationaal-communautaire ideeën bij de Russische nationalisten en patriotten. Thiriart werkte nog aan een nieuwe versie van het ‘Manifest van de Europese natie’ wanneer hij op 23 november 1992 overlijdt.
De visie van Thiriart blijft in de 21ste eeuw uiterst waardevol, ook al zijn een aantal zaken gedateerd of kunnen we met enkele van zijn standpunten onmogelijk akkoord gaan. Zijn unitaire jacobijnse Europese staat is een stap te ver voor al wie de subsidiariteitgedachte én een noodzakelijke mate van culturele vrijheid aan de Europese volkeren wil garanderen. Met bijvoorbeeld de afwijzing van de Duitse eenmaking door Thiriart kunnen we moeilijk instemmen. Niettemin wees hij op de noodzaak van een sterk Europa dat zelfstandig was t.o.v. zionistische en Amerikaanse betrachtingen. Velen zijn door Thiriart beïnvloed, variërend van jonge nationalistische militanten tot filosofen als Guillaume Faye. De PCN leidt vandaag de dag als partij een sluimerend en sectair bestaan, het is ondermeer voorstander van de Turkse toetreding tot de EU alsook van vreemdelingenstemrecht.